interview Radio Koers in HBVL 26/01/2019

Interview

Christophe Vandegoor bundelt passies muziek en wielrennen in Radio Koers

“José De Cauwer en ik zijn dj’s op de bus”

Op de affiche staat hij met een rockgitaar en een koerswiel. Wielrennen en muziek: dat zijn de twee grote passies van sportjournalist Christophe Vandegoor. Hij ruilt het kille commentaarhok aan de meet in San Remo en Roubaix even in voor het pluche van het theater in ‘Radio Koers’.

Door

Zijn gezicht kent u misschien minder, maar de stem van Tongenaar Vandegoor (46) kent u zeker. Op Radio 1 kan hij als geen ander in enkele minuten een beeld schetsen van een spannende spurt of een pijn aan de ogen doende valpartij. In Radio Koers vertelt hij over zijn job, zijn favoriete wedstrijden en renners en legt hij thematische linken met live gespeelde nummers van Joy Division, Rowwen Hèze, David Bowie, The Jam en Kraftwerk.

Je hebt zelf ook gekoerst?

“Ja, bij club De Motten in Tongeren, de thuisbasis van Johan Capiot en Wilfried Nelissen. Van mijn 15de tot mijn 18de. Ik heb ooit één koers gewonnen, in Gellik. Een dag later stond er een stukje in de krant: Vandegoor wint in millimeterspurt. Uitgeknipt en op de kast gehangen. Jaren later ‘eerste’ doorgestreept en vervangen door ‘enige’. Een Frank Vandenbroucke was ik niet, nee.”

Naar verluidt heb je altijd een foto van Gerrie Knetemann in je portefeuille.

“Klopt. Van de hele Ti-Raleigh ploeg: Peter Post, Knetemann, Jan Raas, Joop Zoetemelk en Hennie Kuiper. Panini-stickers die 35 jaar oud zijn. Knetemann was mijn jeugdidool. Met hem begin ik de voorstelling. Ik was twaalf toen ik hem op zijn 34ste de Amstel Gold Race zag winnen, jaren nadat hij een doodsmak had gemaakt. Op het podium heeft hij twee minuten zitten uithuilen bij Mart Smeets. Dat kwam zó fel bij me binnen dat ik meteen wist: ik wil coureur worden én sportverslaggever.”

Was radio de eerste keuze?

“Heel eerlijk: ik had eerst vanuit een telefooncel in Leuven, waar ik Pol & Soc studeerde, voor een stage naar de televisieredactie van de VRT gebeld. Iedereen wil voor tv werken. Ik kreeg een heel botte Louis De Pelsmaeker aan de lijn. Ik heb een ander stuk van 20 frank gepakt om naar de radio te bellen. Daar kregen ze bijna nooit stagiairs. Kom maar af, zeiden ze (lacht). Zo heb ik nog enkele jaren met Jan Wauters kunnen samenwerken. Die heeft me geleerd: Beschrijf wat je ziet, anders ben je verloren.”

Wat kan radio wat tv niet kan?

“Verbeelding. Een mooi voorbeeld: een paar jaar geleden had de VRT niet de rechten voor Milaan-San Remo. Niet op Sporza te zien dus, maar wel te horen op de radio, dus ik kon gaan. Wouter Deprez heeft daags nadien een column geschreven over hoe mooi de combinatie radio en koers kan zijn. Hij vertelde erin over hoe hij in de auto was blijven zitten om alles te volgen.”

No offense, maar jij kan een stevig stukje ratelen.

“Co-commentator Frank Hoste wijst me daar soms op : Je hebt weer niet geademd zeker? Het is plezant om helemaal mee te gaan in een massasprint. Peter Vandenbempt vertelde me dat hij de radio nooit zal loslaten omdat hij daar zijn temperament het beste in kwijt kan. Snap ik. Al is het raar, want in het dagelijkse leven ben ik niet de snelste van de klas. Maar eens ik die micro in mijn handen heb, komt er een soort klik.”

Krijgen bezoekers van Radio Koers ook een blik achter de schermen?

“Mja. Ik toon wat zelfgemaakte foto’s en laat ons commentaarhok zien: aftands, koud en kil. Maar ik heb het toch vooral over figuren en koersen die me zelf aanspreken. Wiggins, Cavendish, Vandenbroucke, Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix.”

Milaan-San Remo: altijd maar wachten tot de Poggio. Is dat niet saai?

“Nagel op de kop. Ja, de zon schijnt. Ja, de palmbomen wuiven en ja, de lookgeur uit de keukens waait je toe, maar 290 kilometer is het saai. In de show toon ik een foto van een slapende cameraman langs me. Maar de finale vanaf de Poggio is zó explosief dat die alles goed maakt. Bij Parijs-Roubaix krijg ik élk jaar opnieuw kippenvel als de renners de piste oprijden. Dan zwijg ik even en laat ik het applaus horen. Ook in de voorstelling. Commentaren van mezelf wisselen zo af met foto’s, filmpjes en live muziek. Na het stukje over Parijs-Roubaix is dat ‘Heroes’ van David Bowie.”

Houden wielrenners van rock-’n-roll?

“Weinig. De meeste zijn boenke boenke boenke. Ik heb wel eens gesproken met Bradley Wiggins over zijn collectie gitaren, met nog een exemplaar van John Entwistle (van The Who, nvdr). Als zijn huis in de fik staat, zo zei hij, redt hij eerst zijn gitaren en dan pas zijn fietsen van 8.000 euro. Ik toon in de voorstelling ook een filmpje van Wiggins dat haast niemand kent. In 2016 is hij met zijn afscheid tijdens de Ronde van Groot-Brittannië eens bergop tussen hagen van mensen van zijn fiets gestapt en is hij beginnen te lopen. Iedereen wist meteen dat hij het als een welgemeende fuck you aan Froome bedoelde.”

Als jij de Foo Fighters opzet in het busje tijdens de Tour de France, wordt een Michel Wuyts dan gek of kan ie dat smaken?

“Nee, hij grommelt niet over de muziek, ook al hebben we er met de vier commentatoren een hectische dag op zitten en zitten we alweer eens samen in het busje. Frank Hoste is een grote fan van Creedence Clearwater Revival, maar gaat in alles mee. José De Cauwer kent Selah Sue, weet wie The War On Drugs is en kent alles van André Hazes. José en ik zijn altijd de dj’s van dienst. De Tour, dat is drie weken een heksenketel, maar wel een waarin je in een bubbel zit en puur met de sport bezig bent. Alleen jammer dat ik daardoor nooit naar Rock Werchter kan. Pukkelpop is wel elk jaar een vaste afspraak.”

Bij geen enkele sport gaat het zo vaak over doping als in het wielrennen. Zit dat in je show?

“Daar sluit ik mee af. Ik toon een beeld van een grote spuit in een fiets. Perceptie leidt tot de link met doping, al gaat het in werkelijkheid om het inspuiten van remvloeistof. Doping is dé moeilijkheid en dé frustratie in ons vak: de dunne lijn tussen zwart en wit, tussen weten en niet weten. Jan Wauters vertelde me dat hij vroeger tot op de kamer bij Merckx kwam en daar nooit een spuit heeft gezien. Hij zei dat het voor ons – die hoogstens tot in de lobby raken van die gesloten wereld met z’n omerta – heel moeilijk is om absoluut zeker te weten of er doping in het spel is of niet. Maar één ding is zeker: de passie voor de sport gaat nooit weg.”

Radio Koers, op 26/1 fietscafé Paal, 13/2 De Velinx Tongeren en 27/4 Palethe Pelt.